Friday, February 24, 2006
Op vrijdag 17 februari werd het Filipijnse dorp Guinsaugon getroffen door een enorme modderstroom. Meer dan duizend mensen lijken verdwenen. Vreselijk. De modderstroom is angstaanjagend. Erger dan de lavastroom, want daarin verga je onmiddellijk. Je lichaam verbrandt en er blijft niets van over. In de modderstroom wordt je lichaam opgenomen, zonder dat het verandert. Vlak voor je sterft ben je nog steeds wie je bent, maar tegelijkertijd ben je niets meer dan een klomp in de modder. Je bent nog net geen modder, maar het verschil is zo klein geworden dat je er zelf niets meer mee kan.
Kutplek en schijtrace
'Vier is een kutplek', zei de een.
'Ik reed een schijtrace', zei de ander.
De Nederlandse mannen na de 1500 meter op de Olympische spelen, op Nederland 2. Geen medailles, toch nieuwe records. We komen er wel.
'Ik reed een schijtrace', zei de ander.
De Nederlandse mannen na de 1500 meter op de Olympische spelen, op Nederland 2. Geen medailles, toch nieuwe records. We komen er wel.
Tuesday, February 21, 2006
Wie is hier gek?
Driehonderdvijftig overwegend blanke consultants, gemiddelde leeftijd vijfenvijftig, samen in één vijfsterren-luxe-hotel voor de jaarlijkse partnervergadering van een groot multinationaal adviesbureau. Er is één middag uitgetrokken om iets goeds te doen voor de samenleving (dit speelt zich af in Amerika). Tweehonderd kansarme zwarte kinderen uit achterstandwijken worden opgetrommeld, zodat de rijke, oude adviseurs een middagje met de kinderen kunnen optrekken en spelletjes doen. Zo geven zij de kinderen een leuke middag en worden zij zelf bewust van de ongelijkheid in de wereld en van de voldoening die het kan geven om goed te doen.
Bizar.
Bizar.
Gelezen sinds 1.1.06
La possibilité d'un île (Michel Houellebecq). De wereld beschouwd vanuit de vraag waar een man na zijn veertigste heen moet met zijn stijve lul, want na die leeftijd ben je bejaard en lelijk en heb je geen recht meer op seks. En een leven zonder seks is geen leven. Het zoeken naar een antwoord op die vraag leidt tot vermakelijke en soms inspirerende observaties over jeugd en seks als dominante waarden in de westerse wereld. De fixatie op jong zijn is de ontkenning van het einde. Hoe langer we jong blijven, hoe langer we kunnen geloven dat de dood niet zal komen. Wij streven naar een leven buiten de tijd, maar alleen in seks - en dan niet in het orgasme, maar in het neuken zelf - kunnen we even buiten de tijd leven. Daar is de mogelijkheid van een eiland in de tijd. Mooi schrijven kan hij niet.
Drie slechte schaatsers en Een goede dag voor de ezel (Tim Krabbé). Het eerste is een lief kort verhaal over schaatsen, gemiste liefde tussen en ex'en en hun zoon, en over de vragen wat geluk is en waar je geluk kunt vinden. Het tweede is typisch Krabbé: mooi gegeven, uitstekend plot (hij kan jaloersmakende plots bedenken), maar nogal oninteressant opgeschreven. Zijn ideeën zeggen me niet zoveel. En het is verbijsterend hoe iemand met zijn stijlgevoel zinnen kan schrijven als: "Hij had een moord gepleegd. Dat ging toch wel ver." Waar is de redacteur?
De buik van de filosoof (Michel Onfray). Een ontluisterende aaneenschakeling van gedachten die de heren filosofen in de loop der jaren over eten hebben gehad. Wat een culinaire en diëtetische ellende! Vreselijk. Onfray heeft het mooi bijeen gebracht en verteld, maar de vrolijke wetenschap waar hij het over heeft, heb ik niet kunnen ontdekken. Volgens mij veronderstelt hij een gevoel voor humor dat bij de heren ontbrak. Als ze niet gewoon liegen spreken ze een waarheid die je uit principe moet afwijzen. Mannen als Rousseau, Kant, Nietsche en Sartre moet je niet in je keuken tegenkomen, en als je ze daar tegenkomt moet je ze eruit slaan. Marinetti had nog wel gevoel voor humor, maar als je het leest bekruipt je het enge gevoel dat hij het niet voor de lol deed. Wie ooit 'weg met de pasta' als uitgangspunt heeft bedacht, die kun je nooit meer serieus nemen. Die heeft een fundamenteel verkeerd begrip van eten.
Balkan aan de Noordzee (Cees Banning en Petra de Koning). Over het ontstaan en de werking van het Joegoslavië Tribunaal. Een onthutsend beeld van incompetentie, conflicterende belangen, politieke beïnvloeding en de zwakte van het internationale recht. Niet erg best geschreven, maar wel erg interessant.
Invisible Monsters (Chuck Palahniuk). Transgender fotomodellen, mensen in totale verwarring over hun seks en hun identiteit op hol geslagen in een wereld zonder enig aanknopingspunt. Maf, doorgedraaid, over the top. Ik hou er wel van.
Reus (Annelies Verbeke). Leuk, af en toe geestig, boordevol onverwachte observaties en omschrijvingen, maar uiteindelijk een boek dat me niet raakt en een verhaal dat me niet interesseert. Een soort hardboiled stijl zonder plot. Veel stoere en soms aanstekelijk geschreven warrigheid over twee zussen die allerlei beslissingen nemen en keuzes maken waarvan de lezer alleen maar kan denken: Nou, dat zal dan wel.
Drie slechte schaatsers en Een goede dag voor de ezel (Tim Krabbé). Het eerste is een lief kort verhaal over schaatsen, gemiste liefde tussen en ex'en en hun zoon, en over de vragen wat geluk is en waar je geluk kunt vinden. Het tweede is typisch Krabbé: mooi gegeven, uitstekend plot (hij kan jaloersmakende plots bedenken), maar nogal oninteressant opgeschreven. Zijn ideeën zeggen me niet zoveel. En het is verbijsterend hoe iemand met zijn stijlgevoel zinnen kan schrijven als: "Hij had een moord gepleegd. Dat ging toch wel ver." Waar is de redacteur?
De buik van de filosoof (Michel Onfray). Een ontluisterende aaneenschakeling van gedachten die de heren filosofen in de loop der jaren over eten hebben gehad. Wat een culinaire en diëtetische ellende! Vreselijk. Onfray heeft het mooi bijeen gebracht en verteld, maar de vrolijke wetenschap waar hij het over heeft, heb ik niet kunnen ontdekken. Volgens mij veronderstelt hij een gevoel voor humor dat bij de heren ontbrak. Als ze niet gewoon liegen spreken ze een waarheid die je uit principe moet afwijzen. Mannen als Rousseau, Kant, Nietsche en Sartre moet je niet in je keuken tegenkomen, en als je ze daar tegenkomt moet je ze eruit slaan. Marinetti had nog wel gevoel voor humor, maar als je het leest bekruipt je het enge gevoel dat hij het niet voor de lol deed. Wie ooit 'weg met de pasta' als uitgangspunt heeft bedacht, die kun je nooit meer serieus nemen. Die heeft een fundamenteel verkeerd begrip van eten.
Balkan aan de Noordzee (Cees Banning en Petra de Koning). Over het ontstaan en de werking van het Joegoslavië Tribunaal. Een onthutsend beeld van incompetentie, conflicterende belangen, politieke beïnvloeding en de zwakte van het internationale recht. Niet erg best geschreven, maar wel erg interessant.
Invisible Monsters (Chuck Palahniuk). Transgender fotomodellen, mensen in totale verwarring over hun seks en hun identiteit op hol geslagen in een wereld zonder enig aanknopingspunt. Maf, doorgedraaid, over the top. Ik hou er wel van.
Reus (Annelies Verbeke). Leuk, af en toe geestig, boordevol onverwachte observaties en omschrijvingen, maar uiteindelijk een boek dat me niet raakt en een verhaal dat me niet interesseert. Een soort hardboiled stijl zonder plot. Veel stoere en soms aanstekelijk geschreven warrigheid over twee zussen die allerlei beslissingen nemen en keuzes maken waarvan de lezer alleen maar kan denken: Nou, dat zal dan wel.
Friday, February 17, 2006
De andere kant
Een verhaal is het leven aan de andere kant. Als ik schrijf, dan moet ik daar naartoe, en als het goed is voeren de zinnen me erheen. Het is aantrekkelijk en moeilijk tegelijk, want het is heerlijk om aan de andere kant te zijn. Maar zodra ik er ben schiet mijn leven voorbij, jaren verdwijnen in stilte en afzondering. Doodeng. Naarmate ik ouder wordt, gaat de tijd sneller. De vraag is of de afzondering daar enger van wordt. Ik geloof het niet.
SUCCES in Baarn
Eerste try-out in Baarn was een belevenis. Eerlijk gezegd kon ik het na afloop nauwelijks beoordelen. Veel sterker dan bij eerdere vertalingen werd ik deze keer min of meer overrompeld door het feit dat twee mensen op een podium voor een publiek teksten van mij aan het opvoeren waren. Dat is een bizarre ervaring. Zeker als het publiek dan opeens gaat lachen, of juist niet, als een grap niet werkt. Hetwas voor mij bijna onmogelijk om los te komen van de tekst en gewoon te kijken en te luisteren naar het spel.
Morgenavond ga ik weer kijken, in Raalte. Niet naast de deur, maar zo kom je nog eens ergens. Wat ik wel al weet is dit: na Succes heb ik zin om zelf een toneelstuk te schrijven. Ik heb geen idee of ik dat ook kan, maar ik heb mezelf aangestoken. Nou ja, dat heeft Peter de Baan natuurlijk gedaan.
Waarvoor dank.
Morgenavond ga ik weer kijken, in Raalte. Niet naast de deur, maar zo kom je nog eens ergens. Wat ik wel al weet is dit: na Succes heb ik zin om zelf een toneelstuk te schrijven. Ik heb geen idee of ik dat ook kan, maar ik heb mezelf aangestoken. Nou ja, dat heeft Peter de Baan natuurlijk gedaan.
Waarvoor dank.
Friday, February 03, 2006
Inspiratie, wat is dat?
Schrijven is werken, dat weet iedereen die het ooit heeft geprobeerd. Zitten aan een bureau, je vingers op de toetsen, je ogen gericht op het beeldscherm waar alleen het gebrek aan beweging opvalt.
Het is geen hard werk. De keuken verbouwen, dat is hard werk, maar het is wel inspannend. Die inspanning zit hem voornamelijk in het bereiken van het vereiste niveau van concentratie, en vervolgens in het vasthouden daarvan. Zo is dat althans bij mij.
Sommige mensen hebben het vermogen om ergens te gaan zitten en zich, schijnbaar moeiteloos, te kunnen concentreren. Van het ene moment op het andere zijn zij weg, vertrokken in hun eigen gedachten waar zij zelf de dienst uitmaken.
Ik kan dat niet. Bij mij duurt het lang voordat ik mijzelf tot voldoende rust kan dwingen en me volledig op een verhaal kan concentreren. En zodra mijn gedachten op gang komen, vind ik altijd wel een of andere smoes om mijn concentratie weer te verbreken.
Alsof ik er bang voor ben.
Misschien is dat ook zo, want concentratie betekent dat je je overgeeft en dat je de controle die het dagelijks leven je biedt loslaat en vergeet. Concentratie brengt je naar binnen en daar geldt een heel andere vorm van controle.
Inspiratie telt niet. Met inspiratie schrijf je misschien één zin, maar geen boek. Inspiratie is luiheid. Alleen door je te concentreren kun je doordringen tot datgene wat je wilt schrijven, kun je doordringen tot een begrip van het verhaal dat je wilt vertellen.
Dat is heel wat anders dan flow. Flow is een stap verder, dat is het loslaten van de controle nadat je het gewenste niveau van concentratie hebt bereikt.
Flow is mooi, maar kan soms heel verkeerd uitpakken, omdat je geen idee meer hebt waar het hen gaat.
Het is geen hard werk. De keuken verbouwen, dat is hard werk, maar het is wel inspannend. Die inspanning zit hem voornamelijk in het bereiken van het vereiste niveau van concentratie, en vervolgens in het vasthouden daarvan. Zo is dat althans bij mij.
Sommige mensen hebben het vermogen om ergens te gaan zitten en zich, schijnbaar moeiteloos, te kunnen concentreren. Van het ene moment op het andere zijn zij weg, vertrokken in hun eigen gedachten waar zij zelf de dienst uitmaken.
Ik kan dat niet. Bij mij duurt het lang voordat ik mijzelf tot voldoende rust kan dwingen en me volledig op een verhaal kan concentreren. En zodra mijn gedachten op gang komen, vind ik altijd wel een of andere smoes om mijn concentratie weer te verbreken.
Alsof ik er bang voor ben.
Misschien is dat ook zo, want concentratie betekent dat je je overgeeft en dat je de controle die het dagelijks leven je biedt loslaat en vergeet. Concentratie brengt je naar binnen en daar geldt een heel andere vorm van controle.
Inspiratie telt niet. Met inspiratie schrijf je misschien één zin, maar geen boek. Inspiratie is luiheid. Alleen door je te concentreren kun je doordringen tot datgene wat je wilt schrijven, kun je doordringen tot een begrip van het verhaal dat je wilt vertellen.
Dat is heel wat anders dan flow. Flow is een stap verder, dat is het loslaten van de controle nadat je het gewenste niveau van concentratie hebt bereikt.
Flow is mooi, maar kan soms heel verkeerd uitpakken, omdat je geen idee meer hebt waar het hen gaat.
Boek of geen boek?
Ik loop al weken te twijfelen of ik de komende maanden nu wel of niet zal proberen een nieuw boek te schrijven. Als ik het doe, dan moet ik in mei het manuscript inleveren bij de uitgever. Dat kan wel, ook al moet ik nog beginnen, maar dan moet ik wel hard aan het werk. En als ik het doe, welk boek wordt het dan? Ik heb twee ideeën en nog een derde die ergens in de digitale diepte van mijn computer ligt te wachten.
Ondertussen heb ik eergisteren uitgebreid gesproken over het schrijven van een toneelstuk en dat vind ik nu veel aantrekkelijker. Ik denk dat ik mijn boekplannen allemaal naar voren schuif en me de komende maanden op het toneel ga richten.
Geen boek, dus.
Ondertussen heb ik eergisteren uitgebreid gesproken over het schrijven van een toneelstuk en dat vind ik nu veel aantrekkelijker. Ik denk dat ik mijn boekplannen allemaal naar voren schuif en me de komende maanden op het toneel ga richten.
Geen boek, dus.

